PAN & I.K.
PAN & I.K. = Instant Kunstkennis. Word instant kunstkenner met PAN & I.K.! Deze digitale bron van informatie biedt direct toepasbare kennis over kunst, antiek en design. Ook biedt PAN & I.K. interessante updates over de kunstmarkt. No-nonsense, snel en zeker niet ingewikkeld.
25-04-13
De behoefte om belangrijke gebeurtenissen, periodes of personen te markeren en te herdenken is ongeveer zo oud als de mensheid. We noemen dit commemorative art ofwel gedachtenis- of herdenkingskunst. Soms komt het initiatief van de kunstenaar maar meestal wordt dergelijke kunst in opdracht gemaakt. Denk hierbij aan een oorlogsmonument of een beeld van de oprichter in de hal van een bedrijf. Het is een aloude traditie in Nederland om ter ere van een troonswisseling of bij de geboorte van een troonopvolger een koningsboom met een sierhek te plaatsen. De Stichting Nationale Boomfeestdag en de Koninklijke Bond van Oranjeverenigingen zijn initiatiefnemers van het project ‘Koningsbomen’. In het diepste geheim werkte kunstenaar Margot Berkman afgelopen jaren aan een bijzonder beeld voor de troonswisseling: ‘Toen ik werd gevraagd een ontwerp te leveren was het meteen duidelijk dat ik een sierhek wilde maken met historische verwijzingen naar ons Koningshuis. Ik liet mij inspireren door de Oranjesymboliek van objecten in de collecties van Paleis Het Loo en het Rijksmuseum.’ In het ontwerp van Margot Berkman zien we de oranjeboom. Al sinds het ontstaan van het Huis van Oranje symbool voor haar standvastigheid of onsterfelijkheid en verbondenheid. Vier oranjebomen zijn door middel van koorden verbonden aan vier rijk gedecoreerde scepters, het symbool van het koningschap. Het sierhek is een blijvend kunstwerk in elke gemeente en een symbolische herinnering aan deze gedenkwaardige dag.
|
11-02-13

Interactieve kunst incorporeert invloeden van verschillende kunststromingen en experimenten met kunst en technologie. In de jaren ’70 zochten kunstenaars naar nieuwe mogelijkheden om met hun publiek te communiceren. Gedurende deze jaren ontwikkelde Fluxus performances die kunst en muziek combineerden. Het doel was om kunst te verbinden met het dagelijks leven. Het duurde niet lang voordat andere kunstenaars zoals John Cage en Nam June Paik experimenteerden met zogenoemde happenings. De Dadaïsten waren op hun beurt geïntrigeerd door deze kunstvorm omdat het publiek direct in contact kwam met kunst, maar ook een actieve rol van de beschouwer vereiste. De rol van de beschouwer ontwikkelde zich van passief tot actief. Op een bepaald moment in de jaren ’70 moesten kunstenaars onder ogen zien dat performances geen blijvende herinnering achterlieten. Vanaf dit moment werden er video-opnames gemaakt. Videokunst, gebruikt voor documentatie, ontwikkelde zich snel tot een onafhankelijke kunstvorm. Op hetzelfde moment vonden er experimenten met computers plaats. Interactieve kunst kan gezien worden als resultaat van de bovengenoemde tradities door de dominante rol die technologie speelt, de actieve bijdrage van de beschouwer en het verlangen om de grenzen te doorbreken tussen het leven en de kunst. Sinds de ontwikkeling en integratie van computers en technologie in het dagelijks leven, zijn kunstenaars gaan experimenteren met verschillende media in kunstwerken. Interactieve kunst zet technologie in, om direct te kunnen communiceren met de beschouwer en een actieve participatie uit te lokken. Creëren wordt niet langer gezien als de innerlijke beleving en expressie van de kunstenaars, maar tevens als resultaat van de samenwerking tussen de kunstenaar en de beschouwer.
|
13-12-12
Geplaatst door: Sarah Bosmans, Junior conservator kunstnijverheid - Het Scheepvaartmuseum

Vorig jaar heeft Het Scheepvaartmuseum op kunstbeurs PAN een unieke tabaksdoos aangekocht van een VOC-matroos. Het doosje is gemaakt van vuurverguld messing en heeft een parelmoeren deksel en bodem. In het deksel is een voorstelling gesneden van een proostende man en vrouw, een driemaster en een door vier paarden voortgetrokken koetsje met daarin een kind. Boven de hoofden van het paar zijn twee vogels gegraveerd. Onder de voorstelling is een vierregelig versje aangebracht: Door mijn swieren en plysieren / Moest ik vaaren door de baaren / Naar Batavia sonder schroomen / En ben over China weer tuys gecoomen / Ao 1753. Het voorwerp illustreert op fraaie wijze de persoonlijke geschiedenis van een opvarende. Uit het versje kan namelijk worden afgeleid dat het hier om een schuldenaar gaat die dienst neemt bij de VOC om zijn schulden af te kunnen betalen. De VOC betaalde namelijk altijd op voorhand uit. Gezien de toon lijkt het eerder om een vrolijke losbol te gaan die geld nodig heeft om weer plezier te kunnen maken, dan om iemand die door zaken diep in de financiële problemen is geraakt. Zijn 'zwieren en plezieren' bestond in ieder geval uit drinken en wellicht is het kindje in de koets een verwijzing naar een buitenechtelijk kind. Ook de vogels kunnen hierop wijzen. In Nederlandse genrevoorstellingen hebben vogels vaak een seksuele connotatie: het woord vogelen is namelijk een synoniem voor het liefdesspel.
|
24-11-12
Het is nu haast niet meer voor te stellen hoe radicaal modern de eerste buismeubelen waren bij hun introductie in de tweede helft van de jaren twintig. Met name de achterpootloze stoel was een sensatie; het idee van het ‘zitten op lucht’ deed veel mensen aarzelen om plaats te nemen. De Nederlandse architect Mart Stam wordt doorgaans beschouwd als de uitvinder van de achterpootloze buisstoel. De eerste versie van deze stoel toonde hij rond 1926: een primitief geval met een frame van gaspijp en verbindingsstukken. Stam’s Duitse collega Ludwig Mies van der Rohe vond de stoel van Stam lelijk en hoekig, maar hij zag onmiddellijk het potentieel van het idee. Mies van der Rohe gebruikte voor zijn stoel stevige, dikke buis en gaf het frame een sierlijke curve aan de voorzijde. Dit gaf de stoel niet alleen een comfortabele vering maar ook een elegant en klassiek uiterlijk. In combinatie met een gevlochten rotan zitting en een zachtglanzend vernikkeld frame maakte Mies van der Rohe de buisstoel als het ware salonfähig. De stoel werd dan ook enthousiast ontvangen bij zijn introductie op de ‘Weissenhof’ tentoonstelling in Stuttgart in 1927, al bleef het buismeubilair grotendeels voorbehouden aan een welgesteld en avant-gardistisch ingesteld publiek. In 1933 kocht je een eenvoudige houten Thonet stoel voor rond de acht gulden, voor een verchroomde buisfauteuil van Gispen betaalde je achttien gulden. De Weissenhof stoel van Mies van der Rohe kostte meer dan het dubbele; het maandloon van een arbeider in die tijd. In de loop van de jaren dertig raakte het stalenbuis meubilair langzamerhand meer ingeburgerd , zowel in kantoren als in de huiskamer, om eigenlijk nooit meer te verdwijnen. Op het designpaviljoen zijn, naast de Weissenhof stoel, onder meer buisstoelen te vinden naar ontwerp van W.H. Gispen, S. van Ravesteyn, J.J.P. Oud en P. Schuitema.
|
21-11-12

Monteith is de Engelse benaming voor een koeler, die vanaf het einde van de 17de eeuw gebruikt werd om glazen te spoelen en te koelen. Dit type koeler wordt gekenmerkt door de geschulpte rand, zodat het glas aan de voet in de uitsparing gehangen kan worden. De koeler werd gevuld met ijswater en de bedienden serveerden op verzoek de wijn aan tafel in een schoon gespoeld en gekoeld glas. Monteiths werden vervaardigd in verschillende materialen, zo ook in het edele zilver. Naar een flamboyante Schot, Monteith geheten, zou rond 1680 gerefereerd zijn bij de naamgeving van dit type koeler. Immers de randen van de jas van deze heer waren net zo geschulpt als de rand van de koeler, zo werd beweerd. Ook in de 18de en 19de eeuw werden deze koelers vervaardigd. Uiteindelijk raakten ze in onbruik door gewijzigde omstandigheden, de veranderde tafelcultuur, waarbij glaswerk vooraf op de tafel geplaatst werd en de beschikbaarheid van stromend water. Om over het afnemen van het aantal bediendes maar helemaal niet te spreken.....!
|
18-11-12

In surrealistische kunst wordt het verstand uitgeschakeld en de fantasie de vrije loop gelaten. Het resultaat: schilderijen, beelden met de vreemdste objecten, vormen en patronen. Het surrealisme is sterk beïnvloed door de ideeën van Sigmund Freud. Freud hield zich bezig met het verschil tussen het bewuste en het onbewuste. In je onbewuste zitten al je dromen, verlangens, angsten. Zoals het woord ‘onbewust’ al aangeeft, ben je je vaak niet eens bewust van al die gevoelens. De surrealisten waren heel nieuwsgierig wat er allemaal naar boven komt als je de rede, het verstand uitschakelt. Wat voor beeldend werk maak je als je helemaal geen regels hebt waaraan je je hoeft te houden. Als je zelf geen controle meer hebt. Schrijver en kunstenaar André Breton schreef in 1924 een manifest waarin hij uitlegt wat het surrealisme inhoudt; beeldende kunst, literatuur, film, alles kon. Voor hem is belangrijk dat je je geweten uitschakelt. De regels van de maatschappij aan je laars lapt, want die zijn ook door het verstand gemaakt. Bekende representanten zijn bijvoorbeeld Miró, Dali, Magritte, Delvaux, Moesman, Kahlo. Ook al heeft het surrealisme als vastomlijnde, artistieke beweging niet lang bestaan, de invloed ervan is uit de hedendaagse kunst niet meer weg te denken. Kijk bijvoorbeeld eens naar het werk van George Condo, Ossip, Lucebert, Vittorio Roerade, Berlinde de Bruyckere.
|
14-11-12

Sinds het ontstaan van hedendaagse Aborginal art in 1972, heeft deze kunststroming een grote opmars gemaakt binnen de internationale kunstwereld. De Aboriginals, de oorspronkelijke bewoners van Australië, hebben een cultuur en traditie van meer dan 40.000 jaar oud. Bij het uitvoeren van religieuze ceremonies schilderden zij heilige symbolen op hun huid, op rituele objecten, in grotten en als grote grondtekeningen in het zand. Achter de symbolen in de schilderingen gaat belangrijke informatie schuil over de ontstaansgeschiedenis van het land waar de wortels van de Aboriginals liggen. Vanwege het gebrek aan een geschreven taal, werd door middel van deze ceremonies de kennis die noodzakelijk was om te overleven in het onherbergzame Australische landschap, van generatie op generatie doorgegeven. In de jaren ‘70 begonnen enkele Aboriginals deze symbolen op boards en later op doek te schilderen. De schilderkunst verspreidde zich in een razend tempo onder de verschillende Aboriginal gemeenschappen. Al snel onderscheidden zich een aantal topkunstenaars die ieder een eigen stijl ontwikkelden. Tegenwoordig is de hedendaagse Aboriginal art een begrip in de internationale kunstwereld. Topkunstenaars als Johnny Warangkula Tjupurrula en Emily Kame Kngwarreye exposeren in musea over de hele wereld, waaronder het Groninger Museum, MoMa in New York en Musée du Quai Branly in Parijs.
|
13-11-12

“Widespread state control over art and culture has left no room for freedom of expression in the country. For more than 60 years, anyone with a dissenting opinion has been suppressed. Chinese art is merely a product: it avoids any meaningful engagement. There is no larger context. Its only purpose is to charm viewers with its ambiguity.”
Deze felle kritiek op de Chinese overheid én de hedendaagse Chinese kunst is afkomstig van kunstenaar, curator en architect Ai Weiwei in de Guardian van 10 september jl. Het artikel, gepubliceerd naar aanleiding van de opening van de tentoonstelling ‘Art of Change: New Directions from China’ in Londen, beargumenteert dat als gevolg van een autoritair regime waarin vrijheid ontbreekt, de Chinese kunst inhoud en creativiteit ontbeert.In ‘Art of Change’, maar ook in de tentoonstelling die de Koreaanse curator Yun Cheagab voor Canvas International Art en Nieuw Dakota maakte, blijkt het tegendeel. Een jonge generatie kunstenaars heeft zich losgemaakt van vraagstukken van de voorgaande. Deze generatie kunstenaars interesseert zich niet langer in vragen zoals ‘is het kapitalisme of socialisme?’, ‘is het revolutie of teloorgang?’ en ‘is het elitarisme of populisme?’. Het gaat om een generatie die de drie gangbare vormen van beeldende kunst in China achter zich hebben gelaten. Ze passen niet in de driedeling van traditionele kunst (kalligrafie en aquarellen), propagandakunst en cynisch realisme. Daarom worden ze veelal misgevat als ‘onvolwassen’ of ‘cynisch zonder een greintje serieusheid’.Desondanks heeft deze generatie binnen hun cynische persoonlijkheden een sterke maatschappelijke betrokkenheid. Ze manoeuvreert zich binnen de beperkingen van een totalitair regime en bloeit door virtueel verzet in een vorm van sociale kritiek en zelfreflectie die hun voorgangers vreemd waren. Wellicht is er sprake van een nieuwe stroming die Yun Cheagab beschrijft als ‘Cynical Resistance’?
|
12-11-12

ZERO/NUL-kunstenaars werkten meestal monochroom, vaak met wit. Ze streefden naar een nieuwe harmonie in de verhouding tussen mens en natuur en vermeden in hun kunst individuele sporen. De kenmerken van ZERO/NUL zijn licht, beweging en monochrome schilderkunst. Om met licht en schaduw te spelen maken de kunstenaars vaak gebruik van spijkers, reliëfs en geribbelde oppervlakten. Er is geen grens tussen schilderkunst en beeldhouwkunst. In de zestiger jaren kwam in New York en Los Angeles “Minimal Art” op als tegenbeweging van Pop Art en het Abstract Expressionisme. Bij Minimal Art is de vorm het belangrijkst. Artistieke overwegingen spelen geen rol. Er ontstaat dus een eenvoudig kunstwerk zonder emotionele waarde. Een kunstvorm die de ruimte kan omvatten. Donald Judd is begonnen als schilder van vooral landschappen. Begin 60 er jaren maken die plaats voor minimalistische werken. Judd hield van ritme en herhaling , die je terug ziet in simpele blokken die samen een ritmisch patroon vormen. Judd zegt zelf over zijn kunst:“Ik maak geen sculpturen die een verhaal vertellen, ik maak sculpturen die er gewoon zijn”. Soms werden werken industrieel uitgevoerd. Ze gebruikten veel metaal, waardoor de kunstwerken een harde, gladde en foutloze uitstraling kregen. Door deze werkwijze is het niet eens nodig dat kunstenaars hun werk ZELF maken. Een uitspraak van kunstenaar Frank Stella, één van de meest beroemde vertegenwoordigers van Minimal Art, is “What you see is what you see” en daar is veel mee gezegd.
|
30-10-12

Het woord “icoon” is afgeleid van het Griekse woord “eikon”, dat beeld of beeltenis betekent. Iconen zijn religieuze objecten die een belangrijke functie hebben binnen de Oosterse Orthodoxe kerk. De orthodoxe kerk heeft drie openbaringen: de bijbel, de traditie en de iconen. Een icoon probeert de onzichtbare hemelse werkelijkheid zichtbaar te maken om ons een blik te verschaffen in de spirituele werkelijkheid. Iconen komen voor in de Griekse mediterrane wereld vanaf de vroege middeleeuwen, op de Balkan en in Rusland sinds de 9de en 10de eeuw en in enkele kleine gebieden in de Arabische wereld en in Ethiopië. De vervaardiging van iconen is gebonden aan traditionele regels, die te vinden zijn in de voorbeeldboeken, met daarin ook voorbeeldtekeningen. De eerste iconen dateren uit de 5de en 6de eeuw; zij worden bewaard in het afgelegen klooster van de heilige Catharina in de Sinaï woestijn. Die vroege iconen zijn in de encaustische (pigment vermengd met heetgebrande was) traditie vervaardigd. De iconen in de kunsthandel zijn meestal vervaardigd in eitempera (pigment vermengd met eigeel) op een houten paneel en meestal van een standaard formaat, bijv. 31 x 26 cm. (huisiconen). Deze iconen waren bestemd voor de privé devotie. Grote monumentale kerkiconen komen ook voor net als kleine formaten (o.a. pelgrimssouvenir) en reisiconen. Iconen zijn vervaardigd op dragers van verschillende materialen zoals hout, steen, mozaïek, metaal, textiel. Voorgesteld op iconen zijn naast Christus (de belangrijkste icoon) en de Moeder Gods ook andere heiligen, engelen, religieuze feesten en uiterst complexe door de mystiek geïnspireerde iconografieën. Kalendericonen komen ook voor, daarop is of een maand of het hele kerkelijke jaar afgebeeld.
|
|